Kroonjuweel

Binnen de zestien topgebieden liggen in totaal dertien ‘Kroonjuwelen’ van het Zuid-Hollandse landschap. Dit zijn cultuurhistorische ankerpunten van een topgebied, die in zeer sterke mate bepalend zijn voor de identiteit en herkenbaarheid van een plek. De selectiecriteria zijn:
  1. Ligging in een Topgebied Cultureel Erfgoed Zuid-Holland.
  2. Structuren of ruimtelijke eenheden met een zeer gave en kwetsbare cultuurhistorische samenhang in tijd en ruimte.
  3. Aanwezigheid van historisch-landschappelijke én historisch-stedenbouwkundige kenmerken, waarvan een groot deel van zeer hoge waarde op grond van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland.
  4. Zeer goede ruimtelijke en functionele samenhang tussen die kenmerken. NB. Beschermde stads- en dorpsgezichten (Erfgoedwet/Omgevingswet) komen alleen in aanmerking voor selectie als één van de volgende thema’s van toepassing is (cf. provinciale themajaren Cultuur): landgoederenzone, molens / waterhuishouding, vaarwegen / verdedigingslinies.
De ‘kroonjuwelen’ van het Zuid-Hollandse landschap zijn:
  1. Landgoed Keukenhof en omgeving (Bollenstreek)
  2. Kagerplassen en molens (topgebied Kaag / Oude Rijn)
  3. Landgoederenzone (Den Haag / Wassenaar)
  4. Weipoort (Zoeterwoude / Stompwijk)
  5. Aarlanderveen (Aarlanderveen / Nieuwkoopsche Plassen / Meije)
  6. Meije (Aarlanderveen / Nieuwkoopsche Plassen / Meije)
  7. Wierickerschans (Reeuwijksche Plassen / Oude Hollandse Waterlinie)
  8. Vlietlanden / Duifpolder / Negenhuizen (Midden-Delfland)
  9. Middengebied Krimpenerwaard (Krimpenerwaard)
  10. Panorama Kinderdijk (Alblasserwaard / Vijfheerenlanden)
  11. Nieuwe Hollandse Waterlinie / Diefdijk (Alblasserwaard / Vijfheerenlanden)
  12. Schurvelingengebied (Kop van Goeree)
  13. Polder de Biesbosch (Dordtse Biesbosch)
Beleid
Voor kroonjuwelen geldt de algemene sturingsrichtlijn ‘behoud van uitzonderlijke kwaliteit’, zoals vastgelegd in de Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland. Met deze richtlijn wordt aangegeven hoe de provincie in beginsel met ontwikkelingen wil omgaan wat betreft cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit. Cultuurhistorie is hier dé drager van ruimtelijke ontwikkeling Uitgangspunt is om bij toekomstige ontwikkelingen: zowel de structuur alsook van fysieke elementen (gebouwen, waterlopen, kades, e.d.) te behouden en versterken van door het herkenbaar houden van de ruimtelijke kenmerken hiervan (verkavelingspatroon, openheid, bebouwingsstructuur, profiel van kades, wegen en waterlopen). Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die strijdig zijn met genoemd uitgangspunt de cultuurhistorische en landschappelijke belangen in principe prevaleren boven andere belangen c.q. dat ruimtelijke ontwikkelingen die strijdig zijn met genoemd uitgangspunt in principe uitgesloten zijn (tenzij sprake is van een groot openbaar/maatschappelijk belang). Ruimtelijke ontwikkelingen die passen binnen genoemd uitgangspunt zijn in principe mogelijk. De algemene sturingsrichtlijn is verder uitgewerkt in specifieke richtlijnen. Deze zijn vastgelegd in de Nota Regioprofielen Cultuurhistorie Zuid-Holland.